Studiekeuzeblog

FÍLATIM biedt steun bij het maken van studiekeuze

Interview in Den Haag Centraal

Liefst wilde drs. Thecla Molijn (1954, Den Haag) decaan worden, toen zij als classica les gaf op middelbare scholen.
Later belandde ze bij het Opleidingsinstituut voor het Gevangeniswezen waarna ze nog jaren bij Justitie werkte. In 2009 richtte ze haar bureau FÍLATIM op nadat ze een opleiding voor loopbaanadviseur volgde.
Het is weer volop tijd voor het maken van studiekeuzes, dus ondersteunt Molijn weer tal van scholieren en studenten bij het maken van hun keuze. Draad voor draad, zoals de naam van haar bureau suggereert, gaat ze met de student opzoek om tot de juiste keuze te komen.

thecla_foto

Reitze Jansen (19) maakte na zes tot zeven gesprekken met Thecla Molijn (links) de overstap van Technische Wiskunde aan de TU Delft naar Bèta-gamma aan de Universiteit van Amsterdam. > Foto: Jurriaan Brobbel

“Nu ben ik een soort decaan, met dat verschil dat ik de tijd heb”.Dat ligt anders voor decanen op scholen en opleidingsinstituten, weet ze. “Die hebben jaarlijks voor elke leerling dertig minuten de tijd”. Veel te weinig om scholieren te informeren over de 1266 studies die Nederland rijk is in het hoger en wetenschappelijk onderwijs. Ook studenten die na de eerste tentamens rond kerst gedemotiveerd raken, ondersteunt Molijn bij het bepalen van een nieuwe en definitieve studiekeuze. “Studenten die afhaken, schrijven zich uit voor 1 februari, omdat ze dan nog een deel van hun studiegeld terugkrijgen. Velen van hen trekken weer in bij hun ouders, anderen moeten geld gaan verdienen”.

Dat ruim 25 procent van de eerstejaarsstudenten uitvalt, is in meerdere opzichten te betreuren, zegt Molijn. Er is berekend dat dit de staat 6 miljard per jaar kost. Ook knakt het zelfvertrouwen van de student, en veel ouders vinden het niet makkelijk om hun volwassen kind weer in het huishouden op te nemen. Niet voor niets zijn zij het die vaak contact opnemen met Molijn. “Maar ook de leerling zelf neemt wel het initiatief voor een kennismakingsgesprek”.

Als er in dat gesprek een ‘klik’ is, en Molijn een eerste beeld heeft gekregen van de jongere, kunnen in veel gevallen al verschillende interessegebieden worden bepaald. “Ik vraag naar de gekozen profielen in het voortgezet onderwijs, verlangens, ambities, hobby’s en wat de aanstaande student leuk vindt, wat hij goed kan en wat niet. Sommigen kiezen duidelijk voor de betà-kant, anderen voor economische studies, weer anderen weten het nog niet”. In vervolggesprekken legt Molijn informatie voor over studies binnen de aangegeven richtingen, en verschaft ze opdrachten die in elk geval een grove selectie van studies moet opleveren. Studenten gaan ook zelf op onderzoek. Bij kortere trajecten, bijvoorbeeld vanwege tijdsdruk, verzorgt Molijn persoonlijkheids- en studie-interessetesten die ervoor zorgen dat het aantal studierichtingen steeds verder wordt ingeperkt. Trechteren noemt Molijn dat. “Ik structureer dat proces”.

Negeren
Tot op heden maken zo’n dertig leerlingen per jaar gebruik van haar diensten. Ze verwacht meer klandizie de komende jaren. Er komen studies bij, én het leenstelsel noopt studenten snel én goed te kiezen. “Opleidingsinstituten selecteren steeds meer aan de poort waardoor studenten een tweede studie in het achterhoofd moeten houden”. Ze noemt de studiekeuzecheck die vorig jaar mei is ingevoerd. Op basis van online-testen, proeftentamens, colleges en gesprekken bepalen hogescholen en universiteiten of zij vinden dat de student een goede keuze heeft gemaakt. Een negatief studieadvies kan de student nu nog negeren. “Maar ik verwacht dat dat over enkele jaren niet meer kan”. Vanaf 2017 moeten studenten zich voor selectiestudies voor 15 januari inschrijven en weten zij in april of ze zijn geselecteerd voor de studie van hun keuze. Dan is er tot 1 mei de tijd om tot een (tweede) keuze te komen. Ook wordt de loting afgeschaft en het aantal selectiestudies neemt toe. Studenten worden behalve op hun cijferlijst ook getoetst op hun motivatie. “Het is lang niet altijd gemakkelijk die goed te verwoorden”. Ook daarbij biedt Molijn ondersteuning. “En we oefenen bijvoorbeeld op een ‘elevatorpitch’”.
De structuur en rust die Molijn biedt én haar onafhankelijke blik op de leerling levert tot op heden goed resultaat. “Leerlingen kiezen op basis van de balans van hoofd en hart”.

Door op 2015-05-02

Alle VWO’ ers naar de Universiteit?

Hoezo? Brains genoeg, maar meer praktisch ingesteld, gericht op samenwerking, werken in projecten? De Vwo’er doet er goed aan zich af te vragen of deze aspecten hem meer liggen dan academische vaardigheden: schrijven, presenteren, onderzoeken of analytisch denken.
Op de universiteit is het aantal contacturen aanzienlijk minder dan op het HBO; het wetenschappelijk onderwijs laat het structureren van je tijd aan jezelf over.
Ken je jezelf goed genoeg om te weten welke onderwijsvorm je past?
Laat de mogelijke statusgevoeligheid van jezelf of je omgeving even weg en je kunt vrijer denken en voelen!

Door op 2015-01-19